|
Geschreven door Pinkstergemeente Ruach |
|
Het woord Pinksteren is afgeleid van het Griekse Pentekostos wat betekent vijftigste. Dit is namelijk de vijftigste dag van het paasfeest, wat de Joden vieren, en stamt uit de tijd net na de uittocht van het Joodse volk (als slaven) uit Egypte. Pinksteren valt altijd op de zevende zondag na Pasen. Met Pinksteren staan we als kerk stil bij een fantastisch cadeau wat God ons gegeven heeft.
God houdt zoveel van zijn kinderen dat Hij een reddingsplan heeft bedacht. Hij kwam zelf als mens naar de aarde om ons op het juiste pad te brengen en om ons te helpen op ons niveau,... Jezus was dat uiteraard.
Met pinksteren zond God niet een deel van zichzelf, in de vorm van een mens, maar Hij zond een ander deel van zichzelf, wat we de Heilige Geest noemen. Mmm, een vreemde en tot verbeelding sprekende benaming hé? Tja, hoe moet je het eigenlijk noemen….het is een deel van God, een deel wat we niet zien zoals men vroeger Jezus wel kon zien. Ieder mens heeft een geest (men zegt niet voor niets dat iemand ‘de geest heeft gegeven’, als iemand is overleden), dat is eigenlijk ons ‘persoon’ in ons lichaam, het wezen wat we zijn. Zo moet je dat bij God ook zien…dat deel van God heeft Hij aan ons gegeven op de eerste pinksterdag…toen heeft Hij de mogelijkheid gecreëerd voor ons om te zeggen, Here God laat Uw Geest in mij verblijven, om mij te helpen en dicht bij me te zijn.
Door Zijn Geest in jou kan Hij je steun en moed geven en troosten….een innerlijke vrede geven.
Maar…….niets gaat buiten je eigen wil om! God wil geen dingen door jou heen doen die jij niet wilt. Hij neemt de controle echt niet over….Hij wil je dus alleen helpen en leiden als een vader en Hij zou je zelfs willen gebruiken voor anderen, alleen…..als jij dat ook wilt. Als je kiest voor Hem en je je leven aan Hem wilt over geven.
En dan is dat een cadeau van God….een liefdevolle God die ons niet aan ons lot overlaat.
In de bijbel kun je er onder andere in het boek (hoofdstuk) Handelingen 2 over lezen. Zie: www.biblija.net
De komst van de heilige Geest Handelingen 2; vers 1-13
1 Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. 2 Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. 3 Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, 4 en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
5 In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. 6 Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. 7 Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? 8 Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? 9 Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, 10 Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, 11 Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ 12 Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ 13 Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’

He died for me, I live for Him.
|
|
19-06-2007 |
|
Bijgewerkt op: 26-07-2007 |