Home
Pasen
Afdrukken

Jezus Christus is de Zoon van God. Wij leren uit de bijbel, dat is het woord van God, dat Jezus de Redder van de mensen is. God de Vader heeft zijn Zoon rond het jaar 0 naar de aarde laten gaan. Jezus is als baby geboren in een stal in Bethlehem. Hij is God en is mens geworden, Hij heeft voor ons gekozen. Want als hij 30 jaar is, neemt Hij Zijn taak op zich om de mensen te leren Wie God is. Na 3 jaar sterft Hij, uit liefde voor ons. Dat was het doel van Zijn komst op aarde. Hij stierf voor de verkeerde dingen [zonde], die wij allemaal doen. Terwijl Hij zelf zonder deze verkeerde dingen was. Hij heeft onze schuld op zich genomen. Daardoor kunnen wij nu vrij met God de Vader communiseren. Maar alleen als wij dit geweldige cadeau van God willen aannemen. De Here Jezus is als het ware de brug naar God. Dit herdenken wij op Goede vrijdag. En dit kun je lezen in de bijbel. Het staat in het nieuwe testament, in de eerste 4 hoofdstukken, ook wel de 4 evangelien genoemd; Matheus, Marcus, Lucas en Johannes.

Op de 3e dag na Goede vrijdag is Hij opgewekt uit de dood door God de Vader, op 1e paasdag. Dit kun je ook in bovengenoemde evangelien lezen.

Encyclopedie: De naam "Jezus" betekent "God redt" en komt van het Griekse Ιησους (spreek uit: Jèsoes). Dit is op zijn beurt weer een vergrieksing van het Hebreeuwse Jesjoea.

Jezus Christus (Jezus van Nazareth)

Johannes 20 vers 1-18  Opstanding
1 Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. 2 Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ 3 Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. 4 Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. 5 Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6 Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, 7 en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. 8 Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. 9 Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. 10 De leerlingen gingen terug naar huis.
11 Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, 12 en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. 13 ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem naartoe gebracht hebben.’ 14 Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. 15 ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ 16 Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) 17 ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ 18 Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had. 

 

The cross is your hope

Begrippenlijst