Jaarthema 2016

Welkom bij Ruach

Nog geen inloggegevens? Vraag ze aan via: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

"Maar één ding doe ik, vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor mij is, jaag ik naar het doel, de prijs van de roeping van God, die van boven is in Christus Jezus"

Fillipenzen 3:14


Vergeten?


De apostel Paulus heeft het over vergeten wat achter ons ligt. Daarmee wordt niet bedoeld dat we de pijnlijke momenten in ons leven maar moeten vergeten door ze ‘onder de mat te vegen’. We weten wat er dan gebeurd. Het is niet weg, het gaat broeien of stinken.

Paulus zegt dit als iemand die zelf ook een pijnlijk verleden had. Hij had de ‘gelovigen van de Weg’, zoals de Christenen in die tijd genoemd werden, ‘bovenmatig vervolgd’, zoals hij zelf zegt. In het boek Handelingen en in de andere brieven van Paulus kom je meer dan eens het verdriet daarover nog tegen.

Daarnaast laat de context voorafgaand aan deze tekst zien dat Paulus tegelijk aangeeft dat noch het pijnlijke verleden, noch het succes in het verleden het heden of de toekomst mag bepalen.

Deze zin is dus niet een oproep om moeilijkheden uit het verleden af te doen als onbelangrijk, maar – ziende op Jezus – je ondanks moeilijkheden én successen, steeds het doel scherp voor ogen te houden. Dat het verleden, het mooie en minder mooie ons niet hindert om gericht op Christus te blijven.

Wat is dan dat doel: is het succes, roem en eer van mensen? Het gaat hier om de prijs van de roeping van God. Wat is dat dan?


Het jagen naar het doel: wat is dan die prijs van de roeping van God?


  • 1 Thess. 2:19 "kroon van de roem" tegen, die verdiend is doordat Paulus de Thessalonicenzen tot de Heere Jezus mocht brengen;
  • In 2 Tim. 4:8 vinden we de "kroon van de rechtvaardigheid", die een ieder ontvangt, die Zijn verschijning heeft liefgehad, die heeft uitgezien naar de verschijning van Jezus;
  • In Jak. 1:12 en Openb. 2:10 vinden we dat mensen die verzoeking(en) verdragen "de levenskroon" ontvangen;
  • 1 Petr. 5:4 nog de "onverwelkelijke kroon van de heerlijkheid" tegen, die een beloning is voor het goed leiden van de gemeente.

  • En wij?


    De gemeente Ruach is door een periode gegaan, waarin zij geschud werd. Voor sommigen is die periode misschien nog niet voorbij. Als leiding van de gemeente, werken we aan veiligheid, stabiliteit en ruimte om te ontwikkelen; met vallen én opstaan! Zodat iedereen kan bewegen in hetgeen hij of zij van God ontvangen heeft. God wil iedereen iets geven om in te leven, te groeien en de zegen van God op zijn of haar leven te ervaren, én die zegen te zien in de levens van anderen. Dat is een realiteit. God wil dat u vervulling ervaart in het wandelen met en in Hem. Hij heeft u immers lief!

    Als u eenmaal uw leven in Zijn handen hebt willen leggen, dan zál Hij u iets geven wat helemaal bij u past en waarmee u andere mensen in en buiten de gemeente zult zegenen. Daarin ligt een intense vreugde!

    Wat een geweldige Heer hebben wij in Christus Jezus, die ons dwars door alles heen liefheeft en ons van dag tot dag draagt (Ps 68:20), zodat wij de roeping op ons leven en de bediening die Jezus ons wil geven kunnen volbrengen, tot zegen van anderen én onszelf, maar ook en vooral tot meerdere eer en glorie van Zijn Naam!

    Van harte Gods zegen toegebeden!