|
Geschreven door Ellen van der Veen |
|
Kom op Melvin, we nemen de hoogste berg in één keer en wie er het eerste overheen is heeft gewonnen. Melvin rijdt met een rood hoofd de berg op en arriveerd als eerste bovenaan, maar dan slipt hij in de modder en rolt met fiets en al aan de andere kant van de berg weer naar beneden. Bas schrikt en springt van zijn fiets om te kijken hoe het met zijn vriend is. Die kijkt hem met een pijnlijke grijns aan en zegt: nou, je kunt zeggen wat je wilt, maar ik was wel het eerst beneden. Bas moet lachen om die grap, maar het lachen vergaat hem al gauw als hij ziet dat de trapper in het been van Melvin vastzit. De wond bloed niet eens erg, Melvin kijkt naar het verschrikte gezicht van Bas en kijkt dan ook naar zijn been. Haaa, zegt hij geschrokken, nu voelt hij de pijn in zijn been ook ineens, gek is dat. Bas wil Melvin helpen door de fiets op te tillen, maar Melvin schreeuwt zo hard dat hij meteen stopt. Gelukkig heeft Bas zijn mobieltje mee. Hij belt in paniek naar opa en legt hem uit wat er aan de hand is. Opa belt meteen 112 voor een ambulance en daarna holt hij zo snel als zijn oude benen hem kunnen dragen met zijn verbandtrommel naar het cross terrein. Hij ziet Bas al van verre over zijn vriend heen gebogen staan. Melvin ligt nog steeds op de grond, en kreunt erg, de tranen biggelen hem over de wangen. De paniek staat in de ogen van de machteloze Bas, die heel blij is als hij zijn opa in de verte aan ziet komen. Ook opa pakt de fiets, maar merkt al gauw dat dit niet gaat werken. Gelukkig heeft hij ook een etui gereedschap mee. Heel voorzichtig sloopt hij de trapper van de crossfiets af. Zo, nu kan hij Melvin in ieder geval in een wat makkelijker houding leggen. In de verte horen ze de sirene van de ambulance en al gauw staan de ambulance mensen naast Melvin met hun spullen. Opa en Bas halen opgelucht adem. Gelukkig er is deskundige hulp. Ze kijken toe hoe de ambulance mensen Melvin onderzoeken en geruststellen. Opa houdt Melvins hand vast, zodat hij z ich niet alleen voelt. De ambulance broeders leggen Melvin met trapper en al in de ziekenwagen en opa mag mee naar het ziekenhuis. Daar aangekomen op de eerste hulp is het leed gauw geleden. De trapper krijgen ze mee naar huis als aandenken aan het hachelijke avontuur. Als Melvin later thuis bij opa op de bank zit met zijn been in een dik verband. Praten ze nog even na over die middag. ’t Jonge zegt Bas wat vond ik dat eng, ik was zo blij dat u kwam opa. Ja zegt opa, en ik was blij dat de ambulance kwam. Soms moet je echt deskundige hulp inroepen. Dat zie je maar weer. Zo is het nu ook met moeilijke dingen in je leven. Als er wat is, roep dan hulp in van God, praat er over met Hem, maar zorg wel dat je niet heel ver bij Hem weg bent, wanneer je Hem nodig hebt. Het is beter om altijd heel dicht bij Hem te blijven. Stel je voor dat de Ambulance helemaal van de andere kant van Nederland had moeten komen. O bah, Ik moet er niet aan denken zeg! lacht Melvin. En daar is iedereen het mee eens.
|
|
06-11-2006 |
|
Bijgewerkt op: 08-06-2008 |